Onze molens in kaart gebracht

Klik op een molentje voor de naam van de molen.

Bovenstaand hebben we in kaart gebracht met welke molens de SUAM zich bezighoudt. Ze hadden, uitgezonderd de korenmolen De Oude Knegt, stuk voor stuk een functie in het bemalen van polders. Die taak is inmiddels overal door elektrische gemalen overgenomen. Onderaan de pagina staat een plattegrond met alle polders van het gebied. Ook de gemalen zijn daar op ingetekend (rode stippen).

Wie de polderkaart goed bestudeert, moet het opvallen dat de polders in oppervlakte sterk verschillen. De kleinste is de Dorregeesterpolder, de grootste de Uitgeester- en Heemskerkerbroekpolder.

De polderpeilen verschillen door de hoger gelegen binnenduinrand, met daarachter het aflopende laagveengebied. Een molen heeft maar een beperkte maalcapaciteit, dus moesten in sommige polders meer molens worden ingezet. De lengte van de wieken -in molenaarstermen het gevlucht genoemd- is voor een belangrijk deel bepalend voor de hoeveelheid water die kan worden verplaatst.

Zo hebben er in de Uitgeester- en Heemskerkerbroekpolder ooit vijf molens gestaan. Daarvan is alleen de Tweede Broeker over gebleven. De Groot Limmerpolder had er twee: de Noorder- en de Zuidermolen. De laatste is vervangen door een elektrisch gemaal.

Het merendeel van de molens valt vandaag de dag onder één groot waterschap: het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) te Edam, dat verantwoordelijk is voor het waterbeheer in de gehele provincie boven het kanaal. Vroeger kenden de meeste polders een eigen bestuur, dat zelfstandig opereerde.

De molens de Kat en de Oude Knegt zijn eigendom van de SUAM.

Klik op de kaart om deze te vergroten.

Polderkaart